U bent hier: Home » FAQ » Wanneer moet een omgevingsvergunning voor bouwen worden aangehouden? En wanneer kan de aanhouding worden doorbroken?
banner-big-1.png

Wanneer moet een omgevingsvergunning voor bouwen worden aangehouden? En wanneer kan de aanhouding worden doorbroken?

Vraag: Wanneer moet een omgevingsvergunning voor bouwen worden aangehouden? En wanneer kan de aanhouding worden doorbroken?

Antwoord: Het antwoord op deze (veel terugkerende) vraag is te vinden in artikel 3.3 en verder van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Een bouwaanvraag moet worden aangehouden in het geval dat aan deze twee voorwaarden is voldaan. Let wel: aan beide voorwaarden moet zijn voldaan!

(1)    De bouwaanvraag past in het geldende bestemmingsplan en er zijn geen andere redenen om de aanvraag af te wijzen.

(2)    Een van de volgende situaties doet zich voor (artikel 3.3 lid 1 en lid 4: en artikel 3.5 Wabo).

Gevallen voor aanhouding Aanhouding duurt voort totdat Anticipatie mogelijk?
Voor de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, is een voorbereidingsbesluit in werking getreden. Het voorbereidingsbesluit is vervallen. Anticiperen is mogelijk indien het bouwplan niet in strijd is met het voorbereidingsbesluit dan wel het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan.
Voor de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, is een nieuw bestemmingsplan in ontwerp ter inzage gelegd. De termijn van 12 weken waarbinnen een bestemmingsplan na ontwerp moet zijn vastgesteld, is verstreken. Anticiperen is mogelijk indien het bouwplan niet in strijd is met het ontwerp van het bestemmingsplan.

 

Voor de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, is een verklaring dat een provinciale verordening of AMvB op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in voorbereiding is, bekend gemaakt. De termijn als bedoeld in artikel 4.1, vijfde lid, of 4.3, vierde lid Wro is verstreken, dan wel tot het moment waarop de provinciale verordening of AMvB in werking is getreden. Anticiperen is mogelijk indien het bouwplan niet in strijd is met het voorbereidingsbesluit.
Voor de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft is een nieuw bestemmingsplan vastgesteld, maar nog niet in werking getreden. De termijn voor bekendmaking van het bestemmingsplan (zoals bedoeld in artikel 3.8 lid 4 of lid 6 Wro) is verstreken. Anticiperen is mogelijk indien het bouwplan niet in strijd is met het vastgestelde bestemmingsplan.

 

Voor de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft is een nieuw bestemmingsplan vastgesteld en bekendgemaakt, maar nog niet in werking getreden. Het nieuwe bestemmingsplan in werking is getreden, dan wel is vernietigd. Anticiperen is mogelijk indien het bouwplan niet in strijd is met het vastgestelde en bekend gemaakte bestemmingsplan.
Voor de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, betreft een gebied waarvoor vóór de datum van ontvangst van de aanvraag een besluit tot aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht is bekendgemaakt en waarvoor nog geen ter bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan geldt. Het bestemmingsplan waarin het aanwijzingsbesluit voor het beschermd stads- of dorpsgezicht is verwerkt, in werking is getreden. Anticiperen is mogelijk indien het bouwplan niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan waarin het aanwijzingsbesluit voor het beschermd stads- of dorpsgezicht is verwerkt en het Ministerie OCW over het voornemen is gehoord.
Voor de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, is een exploitatieplan vastgesteld maar nog niet in werking getreden. Het exploitatieplan onherroepelijk is geworden. Anticiperen is mogelijk indien een ingesteld beroep tegen het exploitatieplan geen gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de aanvraag, of de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften. Anticiperen is tevens mogelijk indien de eventuele gevolgen van het beroep naar het oordeel van het bevoegd gezag niet opwegen tegen het belang dat met verlening van de omgevingsvergunning is gediend.

Past de bouwaanvraag niet in het huidige bestemmingsplan, dan ontstaat van rechtswege een verzoek tot afwijken van het huidige bestemmingsplan (artikel 2.10 lid 2 en artikel 2.12 Wabo). Van aanhouding is in dat geval geen sprake.

Aanhouding heeft tot gevolg dat de beslistermijn van 8 weken (artikel 3.9 Wabo) op de bouwaanvraag wordt geschorst. Hoe lang de aanhouding duurt, hangt af van het geval zoals hiervoor in het schema genoemd (zie artikel 3.3 lid 2 en 5 en artikel 3.5 lid 2 Wabo).

Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om de aanhouding te doorbreken. Dit wordt anticiperen genoemd en houdt het in dat de bouwaanvraag toch wordt verleend. Anticiperen kan alleen in de Wabo aangegeven gevallen (artikel 3.3 lid 3 en lid 6 en artikel 3.5 lid 3 Wabo), zie het voorgaande schema.

Bent u op zoek naar een antwoord op uw specifieke vraag? Mail dan uw vraag naar info@wabobank.nl of bel direct 058 256 40 63
© 2011 Wabobank | Sitemap
Ontwikkeld door Friks Web & Marketing