U bent hier: Home » Nieuws » Overgangsrecht projectbesluiten en ontheffingen
banner-big-1.png

Overgangsrecht projectbesluiten en ontheffingen

Invoeringswet Wabo gewijzigd door wijzigingsvoorstel Chw

Het wetsvoorstel 32588 (dd 30-12) dat de Crisis-en Herstelwet wijzigt, wijzigt ook de Invoeringswet Wabo. Er worden twee artikelen toegevoegd aan de Invoeringswet, art. 1.5a en 1.5b. Met het voorstel komt een einde aan de situatie waarin de onherroepelijkheid van een afwijkingsbesluit (o.a. het projectbesluit) wacht op de onherroepelijkheid van een niet aan te vragen bouwvergunning.
Artikel 1.5a

1. In afwijking van artikel 1.2, tweede lid, onder c, wordt een beslissing

omtrent een aanvraag om:

a. een ontheffing als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c, 3.22, 3.23 of 3.38, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening,

b. een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, 3.27, eerste lid, of 3.29, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een besluit als bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, 3.41, eerste lid, of 3.42, eerste lid, van die wet, of

c. een ontheffing van de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is genomen, maar nog niet onherroepelijk is, voor zover die beslissing ziet op een bouwactiviteit waarvoor onmiddellijk voor dat tijdstip nog geen aanvraag om bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet is ingediend, gelijkgesteld met een beschikking van het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.5 van die wet voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van die wet.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een beslissing als bedoeld in dat lid die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is aangevraagd, maar nog niet is genomen, op het moment dat die beslissing wordt genomen.

3. Indien op de voorbereiding van de beschikking met betrekking tot de tweede fase van een omgevingsvergunning die verband houdt met een beslissing als bedoeld in het eerste of tweede lid, op grond van artikel 2.5, tweede lid, tweede volzin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de reguliere voorbereidingsprocedure, bedoeld in paragraaf 3.2 van die wet, van toepassing is, is in afwijking daarvan niettemin de uitgebreide voorbereidingsprocedure, bedoeld in paragraaf 3.3 van die wet, van toepassing, indien de beslissing, bedoeld in het eerste of tweede lid, is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

4. Voor de mogelijkheid van beroep wordt een beslissing die ingevolge het eerste of tweede lid is gelijkgesteld met een beschikking met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning met de beschikking met betrekking tot de tweede fase van die omgevingsvergunning als één besluit aangemerkt.

Artikel 1.5b

1. In afwijking van artikel 9.1.10 van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening wordt een vrijstelling als bedoeld in dat artikel, die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend, maar nog niet onherroepelijk is, voor zover die vrijstelling ziet op een bouwactiviteit waarvoor onmiddellijk voor dat tijdstip nog geen aanvraag om bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet is ingediend, gelijkgesteld met een beschikking van het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.5 van die wet voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van die wet.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een vrijstelling als bedoeld in dat lid die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is aangevraagd, maar nog niet is verleend, op het moment dat de vrijstelling wordt verleend.

3. Artikel 1.5a, derde en vierde lid, is op een vrijstelling die ingevolge het eerste of tweede lid is gelijkgesteld met een beschikking met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning van overeenkomstige toepassing.

Uit de Memorie van Toelichting

Het voorgestelde artikel 1.5a bevat aanvullend overgangsrecht met betrekking tot beslissingen omtrent een aanvraag om de in het eerste lid genoemde categorieën besluiten krachtens de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro), zoals die luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo). De artikelen 1.2 en 1.5 van de Invoeringswet Wabo bevatten reeds overgangsrecht voor die besluiten (hierna: planologische afwijkingsbesluiten).

Op grond van voornoemde artikelen wordt een planologisch afwijkingsbesluit dat onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wabo – dat is 1 oktober 2010 – van kracht en onherroepelijk is, gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van die wet. Voorts blijft op de afhandeling van een aanvraag om een planologisch afwijkingsbesluit die is ingediend voor 1 oktober 2010, maar waarop op die datum nog niet onherroepelijk is beslist, het «oude» recht van toepassing totdat de beslissing onherroepelijk is. Op dat moment wordt die beslissing gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Gebleken is dat dit overgangsrecht een hiaat bevat ten aanzien van de zogenoemde separate planologische afwijkingsbesluiten. Dit is een specifieke categorie afwijkingsbesluiten voor bouwactiviteiten die niet procedureel zijn gecombineerd met de eveneens voor de bouw vereiste bouwvergunning.

Op grond van artikel 46, zesde lid, van de Woningwet, zoals die luidde voor 1 oktober 2010, werden de beslissing omtrent een aanvraag om bouwvergunning en de beslissing omtrent een planologisch afwijkingsbesluit, voor zover dat afwijkingsbesluit ziet op het bouwen waarop de aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft, voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) als één besluit aangemerkt. Toepassing van het geldende overgangsrecht op een separaat planologisch afwijkingsbesluit dat is aangevraagd dan wel genomen voor 1 oktober 2010 en waarvoor de samenhangende aanvraag om bouwvergunning niet voor die datum is ingediend, leidt tot de ongerijmde situatie dat een dergelijk besluit nooit onherroepelijk kan worden, omdat na 1 oktober 2010 nooit meer een aanvraag om bouwvergunning kan worden ingediend. De bouwvergunning is immers in de omgevingsvergunning geïntegreerd. Het gevolg hiervan is dat er ook geen beslissing op een zodanige aanvraag kan zijn, zodat het planologische afwijkingsbesluit nooit appellabel en onherroepelijk kan worden. Alhoewel separate planologische afwijkingsbesluiten slechts relatief beperkt voorkwamen, heeft de praktijk toch uitdrukkelijk verzocht om in het hierboven beschreven hiaat in het overgangsrecht te voorzien. Met het voorgestelde artikel 1.5a wordt hieraan uitvoering gegeven.

eerste lid

De zinsnede «beslissing omtrent een aanvraag» houdt in dat het ook in dit artikellid, net zoals in artikel 46, zesde lid, van de Woningwet (oud), zowel de positieve als de negatieve beslissing op de aanvraag betreft. Met de verwijzing naar het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wabo, is tot uitdrukking gebracht dat als het bevoegd gezag dat het planologische afwijkingsbesluit heeft genomen een ander bestuursorgaan is dan het Wabo-bevoegd gezag, het met een beschikking met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning gelijkgestelde planologische afwijkingsbesluit wordt toegerekend aan het Wabo-bevoegd gezag. Dit betekent dat het Wabo-bevoegd gezag, dat ook de beschikking met betrekking tot de tweede fase van de omgevingsvergunning zal dienen te nemen, in beroep voor beide (eerste en tweede fase) beslissingen als verweerder zal optreden.

tweede lid

Indien het separate planologische afwijkingsbesluit voor 1 oktober 2010 is aangevraagd maar nog niet is genomen vindt gelijkstelling met de beschikking met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning plaats op het moment waarop de beslissing op de aanvraag wordt genomen.

derde lid

Het derde lid bevat een regeling met betrekking tot de wijze waarop de beschikking met betrekking tot de tweede fase van een omgevingsvergunning

die verband houdt met een beslissing als bedoeld in het eerste of tweede lid, moet worden voorbereid. Uitgangspunt is dat hierop artikel 2.5, tweede lid, tweede volzin, van de Wabo van toepassing is.

Op grond van die bepaling moet de beschikking met betrekking tot zowel de eerste als de tweede fase van de omgevingsvergunning worden voorbereid overeenkomstig de procedure die van toepassing zou zijn op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Of de reguliere dan wel de uitgebreide voorbereidingsprocedure, bedoeld in de Wabo, van toepassing is, dient te worden bepaald aan de hand van artikel 3.10 van die wet. Toepassing van die bepaling in de hier aan de orde zijnde specifieke overgangsrechtelijke situatie kan ertoe leiden dat op de beschikking met betrekking tot de tweede fase van de omgevingsvergunning de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is, terwijl het planologische afwijkingsbesluit dat is gelijkgesteld met de beschikking met betrekking tot de eerste fase van de omgevingsvergunning onder het regime van het voor de Wabo geldende recht met de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure, bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb, is voorbereid.

Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen ingeval van een ontheffing op grond van artikel 3.23 van de Wro. Een dergelijke ontheffing moest worden voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, terwijl de daarmee vergelijkbare omgevingsvergunning onder de Wabo moet worden voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure, bedoeld in paragraaf 3.2 van de Wabo.

Dit doorkruist het principe dat ten grondslag ligt aan artikel 2.5, tweede

lid, tweede volzin, van de Wabo. Dat principe houdt in dat de beschikking

met betrekking tot de eerste fase en de beschikking met betrekking tot de

tweede fase van de omgevingsvergunning met dezelfde procedure worden voorbereid. Om die reden is voor deze specifieke situatie in artikel 1.5a, derde lid, in een afzonderlijke regeling voorzien, die ertoe leidt dat in dat geval de beschikking met betrekking tot de tweede fase van de omgevingsvergunning in afwijking van artikel 2.5, tweede lid, tweede volzin, van de Wabo moet worden voorbereid overeenkomstig de uitgebreide voorbereidingsprocedure, bedoeld in paragraaf 3.3 van die wet.

vierde lid

In artikel 1.5a, vierde lid, is tot slot bepaald dat een beslissing omtrent een planologisch afwijkingsbesluit, die ingevolge het eerste of tweede lid is gelijkgesteld met een beschikking met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning met de beschikking met betrekking tot de tweede fase van die omgevingsvergunning – welke beschikking dan (in ieder geval) betrekking zal dienen te hebben op de benodigde toestemming voor de met het «oude» planologische afwijkingsbesluit samenhangende bouwactiviteit – voor de mogelijkheid van beroep, waaronder op grond van de Awb mede bezwaar moet worden verstaan, als één besluit wordt aangemerkt. Deze regeling is opgenomen om te voorkomen dat er in de praktijk onduidelijkheid ontstaat over de vraag wanneer de beroepstermijn voor het met de beschikking met betrekking tot de eerste fase van de omgevingsvergunning gelijkgestelde planologische afwijkingsbesluit gaat lopen. Met deze regeling, die is ontleend aan artikel 46, zesde lid, van de Woningwet (oud), wordt voor deze specifieke overgangsrechtelijke situatie voorzien in een logisch moment van rechtsbescherming.

Met de gelijkstelling van de in artikel 1.5a bedoelde separate beslissingen omtrent planologische afwijkingsbesluiten met een beschikking met betrekking tot de eerste fase van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt bereikt dat dergelijke afwijkingsbesluiten ook onder de Wabo hun waarde behouden. De houders van dergelijke besluiten zullen dus geen rechten verliezen, zij het dat zij deze pas vanaf de inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel zullen kunnen effectueren.

artikel 1.5b van de Invoeringswet Wabo

Het voorgestelde artikel 1.5b bevat een met artikel 1.5a vergelijkbare regeling voor separate vrijstellingen krachtens artikel 19, eerste en tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Ten aanzien van dergelijke vrijstellingen voor bouwactiviteiten waarvoor tot aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1 van de Wabo nog nimmer een bouwvergunning is aangevraagd, kan zich een vergelijkbare problematiek voordoen als ten aanzien van de separate planologische afwijkingsbesluiten.

Bron: Kamerstukken 2010/11, 32588, nr. 3

© 2011 Wabobank | Sitemap
Ontwikkeld door Friks Web & Marketing