U bent hier: Home » FAQ » Ontheffing voor Flora en faunawet en Natuurbeschermingswet
banner-big-1.png

Ontheffing voor Flora en faunawet en Natuurbeschermingswet

Wat is het verschil in de situatie vóór en ná 1 oktober 2010?

Situatie voor 1 oktober 2010

Tot voor 1 oktober 2010 moest de aanvrager altijd apart ontheffing bij de minister van het toenmalige LNV of bij de provincie aanvragen voor handelingen zoals genoemd in de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet. Het was dus mogelijk om een bouwvergunning te hebben zonder dat er een benodigde ontheffing was aangevraagd.  Wel had het bevoegd gezag in het kader van de Wet samenhangende besluiten de taak om aanvragers te wijzen op een mogelijke verplichting in deze. De aanvrager kon daarin zelf een bepaalde volgorde bepalen, maar was altijd zelf volledig verantwoordelijk om voor alle benodigde toestemmingen/ontheffingen te zorgen.

Situatie na 1 oktober 2010

Op basis van artikel 75 b lid 1 en lid 3 en 75 c Flora- en faunawet en artikel 46 lid 1 en lid 3 en artikel 46 a Natuurbeschermingswet kan het volgende gesteld worden:
Het Wabo-bevoegd gezag heeft tot taak een omgevingsvergunningaanvraag in ontvangst te nemen (en indien ontvankelijk te behandelen) wanneer er  handelingen worden verricht die samenhangen met de activiteiten die voortvloeien uit artikel 2.1 en/of 2.2 Wabo én waarvoor op basis van Ff-wet en Nb-wet ontheffing nodig is. De minister van ELenI en/of de provincie verleent al dan niet een Verklaring van geen bedenkingen.
Als er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd en er zou gelet op de Ff-wet en Nb-wet een ontheffing moeten worden aangevraagd, dan moet deze mee in de omgevingsvergunningsaanvraag. Daarmee zijn de Ff-wet en Nb-wet onlosmakelijk verbonden met de Wabo. Er is hier één uitzondering op: wanneer de aanvrager al vóórdat hij een omgevingsvergunning aanvraagt  apart een ontheffingsaanvraag  heeft ingediend bij het ministerie van ELenI of bij de provincie. Het is overigens NIET mogelijk een omgevingsvergunning aan te vragen voor alleen het onderdeel Ff/Nb. Dit omdat dat de Ff-wet en Nb-wet zijn aangehaakt en niet geïntegreerd. In deze gevallen is de minister van ELenI en/of provincie bevoegd gezag voor de ontheffing en eventuele handhaving.
De aanvrager is verantwoordelijk voor het doen van een volledige aanvraag.  Artikel 75 c Flora- en Faunawet en artikel 46a Natuurbeschermingswet zijn vergelijkbaar met artikel 2.7 in de Wabo.

Als we kijken in de MvT van artikel 2.7 Wabo, kunnen we stellen dat er sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid. Ook op het bevoegd gezag rust de verantwoordelijkheid om na te gaan of een aanvraag volledig is. Dat betekent dat bekeken moet worden of alle vereiste gegevens en bescheiden bij de aanvraag zijn gevoegd, maar ook of alle onlosmakelijk samenhangende activiteiten uit een project deel uitmaken van de aanvraag.
In een situatie waarin onverhoopt een onvolledige aanvraag is gedaan waarbij het bevoegd gezag deze onvolledigheid niet heeft onderkend en de vergunning voor de gevraagde activiteit heeft verleend, zal die activiteit niet mogen worden verricht. Herstel van deze situatie is eventueel mogelijk door alsnog een vergunning of ontheffing bij de minister van ELenI of provincie aan te vragen.

Bent u op zoek naar een antwoord op uw specifieke vraag? Mail dan uw vraag naar info@wabobank.nl of bel direct 058 256 40 63
© 2011 Wabobank | Sitemap
Ontwikkeld door Friks Web & Marketing