U bent hier: Home » FAQ » Moet een omgevingsvergunning voor bouwen worden aangehouden wanneer het bestemmingsplan wordt gewijzigd met een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid?
banner-big-1.png

Moet een omgevingsvergunning voor bouwen worden aangehouden wanneer het bestemmingsplan wordt gewijzigd met een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid?

Vraag: Moet een omgevingsvergunning voor bouwen worden aangehouden wanneer het bestemmingsplan wordt gewijzigd met een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid? Zo nee, wanneer kan die omgevingsvergunning dan worden verleend?

Antwoord: De aanhoudingsregeling uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is niet van toepassing op een bouwaanvraag ten behoeve waarvan een binnenplanse wijziging van het bestemmingsplan wordt gemaakt. Dat volgt uit artikel 2.10 lid 1 onder c Wabo waarin wordt aangegeven dat een bouwaanvraag wordt getoetst aan het bestemmingsplan. Net als voorheen onder de Woningwet het geval was, wordt hiermee bedoeld dat de bouwaanvraag tevens wordt getoetst aan alle mogelijkheden van afwijkingen en planwijzigingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Kiest het gemeentebestuur ervoor om het bestemmingsplan te wijzigen naar aanleiding van de bouwaanvraag, dan moet de procedure van artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden gevolgd. De bouwaanvraag wordt dan (tevens) beschouwd als een verzoek tot wijzigen van het bestemmingsplan. In dat geval worden twee procedures gestart, die los van elkaar staan: (1) de procedure om het bestemmingsplan te wijzigen en (2) de beslissing op de bouwaanvraag. De procedure voor het wijzigen van het bestemmingsplan duurt 6 maanden. Eerst wordt een ontwerp van een wijzigingsplan ter inzage gelegd waarbij eenieder binnen een periode van 6 weken een zienswijze naar voren kan brengen. Daarna besluit het college van burgemeester en wethouders tot het vaststellen van het definitieve wijzigingsplan. Dit besluit wordt vervolgens wederom voor een periode van 6 weken voor het indienen van een beroepschrift door een belanghebbende ter inzage gelegd. Het wijzigingsplan treedt pas in werking na afloop van de beroepstermijn. Pas wanneer het wijzigingsplan in werking is getreden, kan het college van burgemeester en wethouders beslissen op de bouwaanvraag. Immers voor die tijd past het plan niet (zonder meer) in het bestemmingsplan. De beslistermijn op de bouwaanvraag bedraagt 8 weken. Deze termijn kan eenmalig met 6 weken worden verlengd (artikel 3.9 Wabo). Al met al kan pas na een periode van 6 maanden + 6 weken + 8 weken (+ eventueel 6 weken verlenging) omgevingsvergunning voor bouwen worden verleend. Wat met een eerder ingediende bouwaanvraag moet gebeuren, zwijgen zowel de Wabo als de Wro.

Er zijn twee opties denkbaar. 1. Het college van burgemeester en wethouders komt op basis van artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met de aanvrager overeen dat de beslistermijn op de bouwaanvraag wordt geschorst tot het moment dat het wijzigingsplan inwerking treedt. Doet het college dat niet, dat is na het verstrijken van die termijn automatisch (van rechtswege) een omgevingsvergunning voor bouwen verleend (artikel 3.9 lid 3 Wabo en artikel 4:20b Awb). Dat is natuurlijk een onwenselijke situatie die voor iedereen voorkomen moet worden. 2. Het college van burgemeester en wethouders weigert de bouwaanvraag met de mededeling dat eerst de procedure voor planwijziging moet worden doorlopen. In dat geval kan het voorkomen dat de aanvrager twee keer bouwleges moet betalen (voor iedere bouwaanvraag zijn in beginsel legeskosten verschuldigd). Dat zal voor de aanvrager niet wenselijk zijn.

Bent u op zoek naar een antwoord op uw specifieke vraag? Mail dan uw vraag naar info@wabobank.nl of bel direct 058 256 40 63
© 2011 Wabobank | Sitemap
Ontwikkeld door Friks Web & Marketing