U bent hier: Home » FAQ » Is B&W altijd bevoegd gezag bij een m.e.r.-beoordeling bij een omgevingsvergunning ?
banner-big-1.png

Is B&W altijd bevoegd gezag bij een m.e.r.-beoordeling bij een omgevingsvergunning ?

In het kader van een te verlenen omgevingsvergunning voor het afwijken bestemmingsplan moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden Is hiervoor B&W altijd het bevoegd gezag? Of heeft de gemeenteraad hierbij ook een rol?

Antwoord: Wanneer het college van B&W het bevoegd gezag is voor de omgevingsvergunning als geheel -dat wil zeggen wanneer er geen activiteit wordt aangevraagd waarvoor op grond van artikel 2.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) geen ander bestuursorgaan het bevoegd gezag is- dan is het college van B&W ook het bevoegd gezag voor de m.e.r.-beoordeling. Dat volgt uit artikel 7.1 lid 4 en artikel 7.16 lid 1 van de Wet milieubeheer (Wm). De gemeenteraad is enkel aan zet als het gaat om de verklaring van geen bedenkingen (vvgb) op grond van artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5 van het Bor. Een vvgb wordt niet genoemd in kolom 3 van onderdelen C en D van het Besluit m.e.r. als besluit waarvoor een m.e.r.-beoordeling nodig is. De gemeenteraad hoeft over de m.e.r.-beoordeling dus geen besluit te nemen.

Bent u op zoek naar een antwoord op uw specifieke vraag? Mail dan uw vraag naar info@wabobank.nl of bel direct 058 256 40 63
© 2011 Wabobank | Sitemap
Ontwikkeld door Friks Web & Marketing